Kiezelstenen stuiven omhoog als de landrover voortsnelt over de hobbelige woestijnbodem. Het is warm in december. De zon staat hoog aan de hemel en laat zijn licht stralen over het gebergte rond de Zoutzee. Toch voelt de warmte niet benauwend. „Oké, we zijn er”, zegt gids Arthur du Mosch als de landrover vaart mindert. In de schaduw van het mergelgebergte begint hij zijn verhaal.
Het komt een aantal keer in Genesis voor dat er gesproken wordt over ‘lijm’ of ‘lijmputten’. Kort na de zondvloed bouwden Nimrod en de zijnen een hoge toren van klei of leem (lijm), een combinatie van asfalt, kalk en gips, die overvloedig in deze landen voorkwam. De leem werd gewonnen uit putten; daar borrelde het op, net als de stukken asfalt die nog steeds uit de Dode Zee opkomen. Datgene wat we nu zien, kan dus heel direct worden teruggebracht naar de geschiedenis in Genesis.