Mens

Godsbeeld belangrijk voor psychiatrische behandeling

Door

op

Het godsbeeld van psychiatrische patiënten verschilt sterk. Mensen met autisme rapporteren meer angst in relatie tot God. Ze hebben vaker beelden van een straffende of heersende God dan mensen met een andere psychiatrische diagnose.

Het verschil in religieuze beleving bij psychiatrische patiënten moet binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) meer aandacht krijgen. Dat brengt Hanneke Schaap-Jonker naar voren in haar promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hierin stelt ze de vraag hoe de religieuze beleving van mensen samenhangt met psychische problematiek en religieuze achtergrond, en in hoeverre de godsbeelden van psychiatrische patiënten wezenlijk anders zijn dan die van mensen zonder psychiatrische diagnose. Schaap: “Religie is een belangrijke bron voor zingeving, maar het wordt nog te vaak buiten beschouwing gelaten in de huidige GGZ. Religie wordt bijvoorbeeld niet vermeld in recente handboeken, terwijl het herstel kan bevorderen, maar ook kan hinderen.”

Meer inzicht in de rol van religie in het algemeen en godsbeelden in het bijzonder vindt Schaap daarom voor de GGZ van groot belang. ”Vooral omdat wat je niet bespreekt en wat onder tafel blijft, het therapieresultaat negatief kan beïnvloeden. Ten tweede omdat het jammer is een belangrijke bron van zin, steun en troost buiten beschouwing te laten. Het therapeutisch potentieel [van religie] blijft dan onbenut.”

Schaap onderzocht mensen met verschillende stoornissen. Daaruit bleek dat hoe meer autistische trekken er werden gerapporteerd, des te meer angst men had voor God. Een negatief-autoritair type godsbeeld bleek vooral verbonden te zijn met een borderline persoonlijkheidsorganisatie. Mensen die last hebben van een psychotische persoonlijkheidsorganisatie hebben vaak een passief-emotieloos godsbeeld. En een positief-autoritair godsbeeld treedt regelmatig op bij mensen met een neurotische persoonlijkheidsorganisatie.