Nieuws

In Weet Magazine: Boogschieten opnieuw uitgevonden

op

Goede boogschutters zouden vroeger de meest bizarre trucs kunnen uithalen. Pijlen van de vijand opvangen en terugschieten, een doel op een halve kilometer ver raken en zelfs vijandelijke pijlen uit de lucht schieten. Maar in hoeverre kloppen die verslagen? Zijn ze sterk overdreven? Lars Andersen test het uit.
Duizenden jaren lang werden pijl en boog gebruikt, in de strijd en voor de jacht. Maar met de opkomst van buskruit raakte de boog in ongebruik. Ondertussen is de handboog weer volop terug van weggeweest: niet als wapen, maar als sport.


Er is echter een groot verschil tussen de hedendaagse handboogsport en de boogschutters van vroeger. Vandaag de dag wordt er geschoten op niet-bewegende doelen (blazoenen), de schutters krijgen alle tijd om te mikken, en moderne bogen zijn uitgerust met allerlei technische snufjes, zoals een vizier en stabilisatoren. Vroeger ging het er heel anders aan toe. Niet alleen waren de bogen simpeler uitgevoerd, als krijger kon je je bovendien de luxe niet veroorloven om rustig te mikken. Je moest schieten terwijl je je voortbewoog. Het belangrijkste was nog wel dat je snel achter elkaar een aantal pijlen kon afvuren. Als je de vijand miste was de kans groot dat je zelf werd neergehaald. Het was daarom zaak dat je zo snel mogelijk het volgende schot klaar had.

Terug naar het slagveld
De gemiddelde sportschutter zal in een oorlogssituatie waarschijnlijk niet goed presteren. Hij is daar immers niet in getraind. Hoewel oorlogssituaties gelukkig niet aan de orde van de dag zijn, kan een sportschutter – als hij zou willen – er wel aan deelnemen. Niet aan een echte oorlog, maar aan rollenspellen (Live Action Role Play). Daarbij dossen de deelnemers zich uit in middeleeuwse bepantsering en gaan ze elkaar met veilige, schuimrubberen wapens te lijf. De 52-jarige Deen Lars Andersen heeft dat als hobby. Hij houdt ervan een boogschutter te ‘spelen’. En hij is niet de enige. „Rollenspellen als Krigsliv en Combat Archery zijn erg geliefd in Denemarken,” vertelt Lars enthousiast. Bij deze spellen is het zo dat je ‘af’ bent wanneer je wordt geraakt. Je moet zelf zo eerlijk zijn om het ook aan te geven. „Ik ervaar het als meer dan een spel; je wilt winnen! Je probeert steeds nieuwe dingen uit om te zien wat het beste werkt.” Zo houdt Lars zijn pijlen niet in een koker, maar in zijn hand. Een pijlenkoker die boogschutters in Hollywoodfilms gebruiken is in de praktijk onhandig, omdat je pijlen daar gemakkelijk uit vallen als je bijvoorbeeld door het bos rent.

Internetfaam
Lars ging oefenen met echte pijlen en plaatste daarvan een video op internet. „Enkele historici reageerden daarop. Er was een Iraniër die me vroeg naar zijn land te komen om daar oud-Perzisch boogschieten te onderwijzen. Ik zei hem dat ik daar geen kennis van heb, ik doe gewoon wat ik zelf heb uitgevogeld.” Toch meende die Iraniër dat Lars zijn pijlen op dezelfde manier vasthield als diens voorouders 700 jaar geleden. „Dat verbaasde mij. Ik had geen historisch onderzoek gedaan. Ik speelde gewoon mijn spel, en blijkbaar deed ik ongeveer hetzelfde als boogschutters vroeger.” Dankzij zijn video kwam Lars in contact met geschiedkundigen en hobbyisten die in historisch boogschieten geïnteresseerd waren. „Deze mensen hielpen mij aan historische teksten. Er zijn maar weinig instructieteksten bekend, en die komen vooral uit China en de Arabische wereld. De Hunnen, de geduchtste boogschutters uit de geschiedenis, hadden geen geschreven overlevering. Alles wat we over hen weten is door hun vijanden opschreven.” Dat maakt het moeilijk om oude boogschiettradities precies zo toe te passen als dat vroeger gebeurde. Lars gebruikt een mengeling van historische stijlen, afgeleid van afbeeldingen en tekstfragmenten. Hij krijgt daar weleens kritiek op. „Ik probeer niet één bepaalde historische stijl te volgen. Vroeger hielden mensen zich daar ook niet zo sterk mee bezig. Als je een manier had gevonden die in de praktijk werkte, zou niemand je zeggen dat je het verkeerd deed.” De Chinezen waren waarschijnlijk de uitzondering op de regel; zij hadden wel een heel strikte, eigen stijl.