Algemeen

In Weet Magazine: Geloofden alle volken in één God

op

Alle religies zijn langzaam ontstaan uit de aanbidding van natuurfenomenen; dit is de dominante veronderstelling onder godsdienstsociologen. Vanuit het aanbidden van natuurkrachten (animisme) zou langzaam het polytheïsme en vervolgens het monotheïsme zijn ontstaan. Deze opvatting strookt niet met de Bijbel: de eerste mensen op aarde stonden in contact met één God. Weet Magazine publiceert in zijn oktobernummer onderzoek waaruit blijkt dat religies wél ontstonden vanuit het monotheïsme.

Volgens de evolutiehypothese was de mens in vroeger tijden primitief. Om de ‘onverklaarbare’ fenomenen die men toentertijd zag te kunnen verklaren, begonnen deze mensen te geloven in goddelijke krachten, die achter de zichtbare werkelijkheid schuilgingen. Volgens de evolutiehypothese begon de mens daarom met de aanbidding van bovennatuurlijke krachten en geesten, maar ook van natuurfenomenen zoals regen, onweer en wind; en hemellichamen, met name de zon en maan. Deze vorm van geloof wordt ‘animisme’ of ‘natuurgodsdienst’ genoemd. Sommige volken begonnen deze bovennatuurlijke krachten en natuurfenomenen te personifiëren. Dat houdt in dat ze aan die fenomenen eigenschappen toeschreven van een goddelijk ‘persoon’. Zo kreeg je bijvoorbeeld een god van de wind, een god van de regen, een god van de oogst, een maangod, een zonnegod, enzovoorts. Dit resulteerde uiteindelijk in de aanbidding van heel veel goden – het polytheïsme. Na vele eeuwen van polytheïsme ontstond bij de zich steeds verder ontwikkelende mens de gedachte dat er maar één God was. Zo werd het monotheïsme geboren, waartoe ook het christendom wordt gerekend.
“Deze theorie staat haaks op de Bijbelse visie.”

Deze theorie staat haaks op de Bijbelse visie. Want als het waar is wat het Bijbelboek Genesis zegt, namelijk dat alle mensen van Adam afstammen, dan zou het geloof in één God het oudste op aarde moeten zijn. Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe zuiverder het monotheïsme zou moeten worden. De aanbidding van vele goden is dan pas later ontstaan. Welke visie past het beste bij de feiten? Anders gezegd: Wat zijn de vroegste en ‘primitiefste’ vormen van godsdienst die gedocumenteerd zijn?
Uit onderzoek van Tjarko Evenboer, dat is gepubliceerd in de nieuwste editie van Weet Magazine, blijkt dat de vroegste religies een geloof in één god waren. In de loop van eeuwen verviel dat tot polytheïsme en animisme. Evenboer gebruik hiervoor voorbeelden van Amerikaanse, Afrikaanse, Aziatische en Oceanische beschavingen.

Deze bevindingen worden ondersteund door wat geleerden in het verleden al is opgevallen. Een van de bekendste geleerden die zich met de religieuze concepten van oude volken bezighield, was de Oostenrijkse linguïst, antropoloog en etnoloog Wilhelm Schmidt (1868-1954). Hij onderzocht talloze vroege culturen en concludeerde dat alle religies op aarde terug te voeren zijn naar een oorspronkelijk monotheïsme. Schmidt deed daarnaast onderzoek onder de meest eenvoudige stammen van jager-verzamelaars die in zijn tijd op aarde leefden, en toonde aan dat de meest primitieve culturen in de regel het meest zuivere monotheïsme kennen. Ook Isaac Newton deed een interessante observatie. Hij zag hoe de oude volken telkens volgens eenzelfde patroon vervielen tot polytheïsme en afgoderij, terwijl hun originele godsdienst een rationeel monotheïsme was. Volgens Newton was de opkomst van het polytheïsme te wijten aan het feit dat volken hun voorouders – veelal hun overleden leiders en helden – begonnen te aanbidden. Hoewel het onmogelijk is om exact te reconstrueren wat de vroegste volken geloofden, lijkt de studie van de primitiefste godsdienstige concepten echt te wijzen naar een ontwikkeling vanuit een oorspronkelijk monotheïsme – iets wat zeer goed in lijn is met de Bijbelse visie.

Meer over de het onderzoek van Tjarko Evenboer is te vinden in het oktobernummer van Weet Magazine dat op donderdag 5 oktober verschijnt.