Algemeen

In weet magazine: Ingeschapen evolutie?

op

Super-gen geeft soortenvariatie een enorme versnelling.

Dat soorten zich in de loop der tijd aanpassen aan de omstandigheden zijn evolutionisten en creationisten met elkaar eens. Creationisten wijzen er wel op dat alle soortenvariatie die je vandaag ziet in een paar duizend jaar is ontstaan. Evolutie kan dus erg snel gaan.Daarnaast creationisten ervan uit dat evolutie niet werkt omdat het genoom extra informatie krijgt, er valt hoogstens informatie af. Deze twee uitgangspunten van bijbelgetrouwe wetenschappers wordt kracht bijgezet door recente kennis over het super-gen.

Vorig jaar juli kwam een internationaal gezelschap van evolutiebiologen samen in Groningen om de nieuwste bevindingen in hun vakgebied te bespreken. Onderwerp van gesprek waren onder andere kemphanen, honingbijen en zebravissen. De grote verrassing van dit congres was dat deze organismen allemaal beschikken over een ingebouwd mechanisme – het wetenschappelijke tijdschrift Science noemde het een ‘geheim wapen’ – om hun ‘evolutie’ te sturen. De biologen beschreven allemaal dezelfde soort genetische modules, ‘supergenen’, die ervoor zorgen dat organismen pijlsnel over nieuwe eigenschappen kunnen beschikken. Hoe werkt dat?

Super-gen

In het genoom van de kemphaan zit een enorme hoeveelheid informatie die de eigenschappen van de vogel impliciet herbergt. Dat betekent dat de informatie voor allerlei eigenschappen reeds in het DNA zit. Welke eigenschappen in welke kemphaan tot uitdrukking komen, wordt niet alleen door veel genetische factoren beïnvloed, maar ook door omgevingsfactoren.

Al die informatie ligt keurig gerangschikt als genetische code op de chromosomen; lange DNA-moleculen die in opgerolde vorm wel iets weg hebben van een X .

Het blijkt nu dat een groot stuk van chromosoom 11 is ‘omgedraaid’ bij de mannetjes zonder kragen. Zo’n omdraaiing wordt een ‘inversie’ genoemd. Dit stuk genetische code van meer dan 4 miljoen DNA-letters(!) omvat tientallen genen en wordt als één functionele eenheid doorgegeven aan het nageslacht. Het is een soort ‘super-gen’, een genetische module. Als die in de juiste richting in het DNA zit, veroorzaakt dit super-gen de typisch mannelijke eigenschappen van kemphanenmannen: ze zijn groter, hebben een kraag en vallen dus op. Bij de omgekeerde oriëntatie verdwijnen deze uiterlijke eigenschappen, maar de informatie zelf gaat niet verloren; bij de kraagloze mannetjes worden de typerende uiterlijke kenmerken slechts uitgeschakeld.

Lees meer over dit ‘geheime wapen’ in het februarinummer van Weet Magazine dat op donderdag 1 februari verschijnt.