Algemeen

In Weet Magazine: Vier uur werken genoeg?

op

Eeuwen geleden geloofden schrijvers al dat ze ’s ochtends veel creatiever zijn dan later op de dag. Daarom stonden ze voor dag en dauw op. Wetenschappers hebben dit gevoel intussen bevestigd. Door vroeg te beginnen en time-outs te nemen, kun je inderdaad meer doen in minder tijd. Daar kwam de Amerikaanse historicus Alex Pang na een burn-out ook achter…


Alex Pang werkte in Silicon Valley en had een beredruk leven. Rusten deed hij nauwelijks. En toen, je kon erop wachten, kreeg hij een burn-out. Hij besloot zijn dagen voortaan anders in te delen. Er kwam meer tijd voor rust. Hij werkte nog maar vier uur per dag, en het mooiste was: zijn prestaties leden er niet onder. Hij bleef bergen werk verzetten. Het bracht hem bij de vraag: maken lange werkdagen je productiever? Wat is de relatie tussen creativiteit en werk? Na grondig literatuuronderzoek schreef hij er een boek over: Rust in uitvoering.

Altijd actief
Je auto heeft regelmatig een onderhoudsbeurt nodig. Onderdelen zijn versleten en moeten worden vervangen. In je lichaam gebeurt iets vergelijkbaars. Daarin zitten ook ‘onderdelen’ die intensief worden gebruikt. Sommige slijten snel, maar sommige zijn haast niet kapot te krijgen. Neem bijvoorbeeld je hersenen. Die zijn altijd actief, ook als je blind voor je uit zit te staren. Ze verbruiken dan bijna net zoveel energie als wanneer je een pittige som oplost. En toch is het goed dat je je brein weleens laat rusten. Je wordt dan een stuk productiever en creatiever.
Meer doen door meer te rusten. Dat lijkt een tegenstrijdige gedachte. Onuitvoerbaar ook. De wereld om je heen heeft geen tijd voor rust. Wil je meer rusten? Dan moet je daar zelf momenten voor inlassen. Maar als je dat doet, stelt Alex Pang, dan zul je er geen spijt van krijgen: ‘Als je de levens van de creatiefste mensen op aarde met elkaar vergelijkt valt één ding op: ze hadden allemaal een geweldige ambitie om te slagen en een bijna bovenmenselijk vermogen om zich te concentreren. Maar als je hun levens nauwkeurig bestudeert, zie je dat ze maar een paar uur per dag besteedden aan wat wij als hun belangrijkste werk zouden beschouwen. De rest van de dag maakten ze bergwandelingen, deden ze dutjes, spraken ze af met vrienden of zaten ze gewoon na te denken.’
“Meer doen door meer te rusten. Dat lijkt een tegenstrijdige gedachte. Onuitvoerbaar ook. De wereld om je heen heeft geen tijd voor rust.”
Met andere woorden, hun creativiteit en productiviteit waren niet het resultaat van eindeloze uren van zwoegen. Hun bijzondere, creatieve prestaties waren het gevolg van korte werktijden. Maar hoe slaagden deze mensen erin om zo veel tot stand te brengen?

De 4-uurregel

Een van de geheimen is de 4-uurregel. Deze is onder andere gebaseerd op onderzoek van Raymond van Zelst en Willard Kerr. In de jaren 50 onderzochten deze psychologen van het Illinois Institute of Technology het actieve leven van wetenschappers. Ze bestudeerden de werkgewoonten van hun collega’s en brachten in kaart hoeveel uur faculteitsleden op hun werk doorbrachten. Dit werd afgezet tegen het aantal artikelen dat ze schreven. Er viel iets bijzonders op: degenen die 60 uur per week werkten, waren het minst productief. En de optimale productiviteit werd geleverd door wetenschappers die zo’n 4 uur per dag aan de slag waren.