Algemeen

In Weet Magazine: Wat is je allervroegste herinnering?

op

Denk eens terug aan je allervroegste kinderjaren. Je zult je vast nog wel iets herinneren. Misschien kun je je favoriete knuffel voor de geest halen, of weet je nog dat je klem zat in het ledikant? Hoewel… je was nog maar een baby… Kunnen dat soort vroege herinneringen kloppen? Psycholoog Julia Shaw helpt je uit de droom: nee. Maar hoe kom het dan dat die herinneringen zo levensecht zijn?


In haar boek De Illusie van het Geheugen spreekt Julia Shaw, verbonden aan de London South Bank University, over onmogelijke herinneringen. Ze bedoelt daarmee herinneringen aan de tijd dat je nog een baby was. Een onmogelijke herinnering is bijvoorbeeld ‘als je stellig meent je te kunnen herinneren wat voor mobile er boven je wiegje hing, hoe de verloskamer eruitzag, of hoe de warmte aanvoelde in de baarmoeder.’ Onderzoek heeft volgens Shaw allang aangetoond dat ‘het volstrekt onmogelijk is om als volwassene met enige nauwkeurigheid herinneringen aan onze baby- en vroegste kindertijd op te halen.’ De hersenen van baby’s zijn nog niet fysiek in staat om herinneringen aan te maken en langdurig op te slaan.
En toch gebeurt het dat mensen zeggen dat ze zich nog dingen kunnen herinneren van toen ze zo klein waren. Hoe dat kan? In haar boek legt Shaw het uit en vertelt ze hoe het (kinder)brein werkt.

Alles is nieuw
Zo rond hun negende levensmaand beginnen baby’s een geheugen te ontwikkelen. Een aanwijzing hiervoor is dat ze op die leeftijd vaak minder bereid zijn om zich kortstondig van hun ouders te laten scheiden.
In een interview met ABC News vertelt Harvard-hoogleraar Jerome Kagan hoe het bij nog jongere kinderen werkt: ‘Als je vijf maanden oud bent, is het uit het oog, uit het hart. Je huilt niet snel, omdat je al vergeten bent dat je moeder er was zodra ze de deur uit is, dus is het niet zo eng.’ Een kind van negen maanden reageert echter heel anders. Het merkt wel degelijk wanneer moeder weg is. Daaruit kun je afleiden dat het de herinnering aan moeders aanwezigheid kan vasthouden.
“Een peuter van twee kan sommige gebeurtenissen al tot ongeveer een jaar later onthouden.”
Maar die herinnering is volgens Shaw van korte duur. ‘Voor kinderen tot drie jaar is alles nieuw, onbekend en opwindend. Ze snappen nog niet wat belangrijk is en hebben nog niet de structuur – laat staan: de taal – voorhanden om de wereld te begrijpen. Zuigelingen en jonge kinderen ontbreekt het nog aan begrip en onderscheidingsvermogen. Daarom missen ze het raamwerk om te begrijpen wat ze moeten proberen te onthouden en wat ze beter kunnen vergeten.’
Overigens ontkent Shaw niet dat zulke jonge kinderen herinneringen hebben. ‘Die hebben ze wel, maar het zijn geen herinneringen die ze vasthouden totdat ze volwassen zijn. Vanaf onze geboorte kunnen we simpele vormen en kleurcombinaties ongeveer een dag lang onthouden. Dat onthouden wordt beïnvloed door de emoties waaraan deze vormen zijn gekoppeld. (…) De geheugencapaciteit neemt vervolgens gestaag toe. Een peuter van twee kan sommige gebeurtenissen al tot ongeveer een jaar later onthouden. Dit is waarom mijn 2-jarige nichtje misschien nog weet wie ik ben als er een betrekkelijk korte tijd tussen de bezoeken in zit; maar als ik haar een jaar niet zie, wordt het voor haar een stuk moeilijker om te weten wie ik ben.’

Gaten opvullen
Hoe kan het dan dat sommige mensen zich toch nog dingen uit hun baby- en vroege kindertijd kunnen herinneren? Ze kunnen soms zelfs beschrijven wat ze hoorden, voelden en zagen… Shaw: ‘Vast en zeker zijn er bronnen buiten onszelf waaraan we dit soort informatie kunnen ontlenen. Zoals oude foto’s of verhalen van onze ouders. Of we kunnen ons herinneringen inbeelden aan bepaalde voorwerpen die ooit belangrijk voor ons waren, alleen al omdat die voorwerpen er later nog waren. (…) Als we die informatie toepassen in een op het eerste gezicht juiste context, bijvoorbeeld bij het vertellen van een verhaal over onze vroegste levensjaren, dan vullen we onbewust gaten in ons geheugen op door bepaalde details erbij te verzinnen. Onze hersenen breien stukjes informatie aan elkaar tot een voor ons sluitend geheel, zodat ze gaan aanvoelen als echte herinneringen.