Algemeen

Niet alles goud wat er blinkt

Door

op

Een juwelier heeft drie doosjes: A, B en C. Elk doosje bevat drie ringen die of allemaal echt goud of allemaal namaak zijn. Weet jij het?

De valse ringen zijn elk precies 1 gram lichter dan de echte. Het is zeker dat minstens één van de doosjes valse ringen bevat. De juwelier heeft de beschikking over een eerlijke tweearmige balans met daarbij behorend drie gewichtjes van 1 gram. Hoe kan hij door slechts één weging uit te voeren achterhalen in welk(e) doosje(s) zich valse ringen bevinden? Hij mag aan beide kanten van de balans ringen en/of gewichtjes plaatsen. Met een ‘weging’ wordt overigens bedoeld dat er een situatie wordt bereikt waarbij de balans in evenwicht is.

Het antwoord vind je onderaan de pagina.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoord
Links op de balans legt hij 1 ring uit doosje A en 2 ringen uit B. Rechts legt hij de 3 ringen uit C. Is er meteen een evenwicht, dan is het duidelijk: alle ringen zijn vals!

Gaat de linkerkant omhoog, dan zijn er drie mogelijkheden om een evenwicht te bereiken:
Moet er links 1 gram bij, dan zijn de ringen uit A vals.
Moet er links 2 gram bij, dan zijn de ringen uit B vals.
Moet er links 3 gram bij, dan zijn de ringen uit A en B vals.

Gaat echter de rechterkant omhoog, dan heb je deze mogelijkheden:
Moet er rechts 1 gram bij, dan zijn de ringen uit B en C vals.
Moet er rechts 2 gram bij, dan zijn de ringen uit A en C vals.
Moet er rechts 3 gram bij, dan zijn de ringen uit C vals.