Natuur

Op je buik zul je gaan…

Door

op

Sommigen gruwen ervan, anderen vinden ze fascinerend: slangen. Maar hoe je ook over deze dieren denkt, voor het scheppingsmodel zijn ze buitengewoon interessant. Wist je dat fossiele slangen namelijk geen evolutie laten zien?

Waar komen slangen vandaan? Op basis van het evolutiemodel zijn er twee gedachtelijnen. Aanhangers van de ene gaan ervan uit dat slangen voortgekomen zijn uit varanen, die op hun beurt weer uit het zeereptiel mosasaurus zouden zijn ontstaan. De andere theorie is dat slangen de nakomelingen zijn van landreptielen. Hoe dan ook, gedurende hun evolutie zouden de lichamen van slangen steeds langgerekter zijn geworden, en de poten steeds kleiner. Je verwacht dan dat de oudst gevonden slangenfossielen minder lang zijn en duidelijk aanwezige poten hebben.
Lange tijd waren de oudst bekende slangenfossielen jonger dan 100 miljoen jaar, volgens de evolutionaire tijdrekening. Maar in 2015 verscheen een artikel waarin vier oudere slangensoorten werden beschreven, gedateerd op 140-167 miljoen jaar. Bevestigen die het evolutiemodel?

De schedels van de gevonden slangenfossielen zagen er opmerkelijk modern en geavanceerd uit en leken sterk op die van moderne en ‘jongere’ fossiele slangen. De slangenfossielen waren helaas incompleet, zodat het onmogelijk was om iets nuttigs te zeggen over de lengte en de poten. Maar dat weerhield de onderzoekers er niet van om tekeningen te maken van slangen met pootjes. Dat moest wel, want volgens de wet van Dollo is evolutie een eenrichtingsproces. Dat betekent dat slangen niet eerst hun pootjes kunnen verliezen, dan weer krijgen en dan weer opnieuw verliezen. De vondsten die in het artikel uit 2015 worden beschreven, zetten dus hoe men over slangenevolutie dacht helemaal op z’n kop.

Tussen de modern ogende slangen van 140-167 miljoen jaar oud en jongere fossiele slangen zat een ‘kennisgat’ van 40 miljoen jaar. Dat gat werd echter al snel (gedeeltelijk) opgevuld, want een paar maanden later verscheen een artikel over Tetrapodophis amplectus. Dat is een fossiele slang uit Brazilië met vier duidelijk aanwezige poten. Deze werd gedateerd op 113 miljoen jaar. Daarmee past die mooi in het tijdgat tussen de oudste en jongere fossiele slangen, maar het is zeker geen overgangsfossiel tussen de oudere slangen zonder poten en de jongere, waarvan sommige wel kleine pootjes hadden. De poten van Tetrapodophis waren ook geen evolutionair overblijfsel, maar volledig functioneel.

Hoewel men beweert dat de vier oudste slangenfossielen poten moesten hebben, lijken de gevonden fossielen sterk op moderne slangen als boa constrictors en pythons. De fossielen laten geen duidelijk evolutieverhaal zien. Daarbij komt dat fossiele slangen met en zonder poten geen probleem voor het scheppingsmodel vormen (de vermeende ouderdom van de fossielen moet je dan natuurlijk wel met een flinke korrel zout nemen). Wat de fossiele slangen dan laten zien? Ze geven een beeld van de variatie die er voor de zondvloed was binnen het slangenbasistype.