Geologie

Speuren naar sporen in de Ardennen

Door

op

Geoloog Tom Zoutewelle: „Dit gebied vertoont allerlei tekenen van een vrij recente vorming.”

Hoe zijn de Ardennen gevormd? Met die vraag in het achterhoofd trokken geoloog Tom Zoutewelle en 27 Weet-lezers vorig weekend door de Belgische Ardennen. Als ware detectives speurden ze naar sporen. Zouden die in de evolutionistische verklaring passen? Of kan het allemaal toch heel anders zijn gegaan? Zoutewelle: „We duiken terug in de tijd. Hoe zag Europa er ooit uit?”

Het was een mooi gezicht: de vier witte busjes die zaterdag vlak achter elkaar door de Ardennen reden. De inzittenden stapten uit op zeven plekken. Bepakt en bezakt, uitgerust met beitel en hamer, liepen ze achter de reisleider aan. Eenmaal op de plek aangekomen vertelde Tom Zoutewelle niet waar de deelnemers naar keken. Hij daagde ze eerst uit zelf hun ogen te gebruiken: „Teken maar wat je ziet.” Degene met de meest tot de verbeelding sprekende plaat mocht daarna een korte toelichting geven. Zoutewelle maakte de schets af.


Zoutewelle: „We zijn hier in de Ardennen, vlak bij het Maasdal. Dit gebied vertoont allerlei tekenen van een vrij recente vorming. Europa is omhoog gekomen, de Maas heeft zich er daarna doorheen gesneden. Je zou het niet zeggen maar we zitten hier op de bodem van een voormalige zee, nabij de monding van een rivier: een delta.”

Zoutewelle maakte duidelijk hoe je drie verschillende gesteentes kunt herkennen: sediment (dat een horizontale gelaagdheid vertoont), metamorf gesteente (dat vaak gekronkeld is doordat het onder druk stond) en stollingsgesteente (dat niet gelaagd is). Elk van die gesteentes zegt iets over de vormingsgeschiedenis van de aarde. „Het is belangrijk om de theorie in je hoofd te hebben, maar je moet het ook in de praktijk zien. Ik ga jullie helpen om de verschillen tussen gesteentes te herkennen en wat je daaruit kunt afleiden voor de geschiedenis van de Ardennen.”


Zoutewelle vertelde over onderzeese lawines (turbidieten) en hoe die een rol speelden in de vorming van aardlagen. „Maar liefst 30% van al het gesteente op aarde is door die lawines afgezet. Ze treden op na aardbevingen.” Ook legde hij uit dat de mate van sortering in aardlagen verschilt. „Soms liggen korrels met verschillende groottes door elkaar heen. Dat betekent dat er onvoldoende tijd was voor sortering; de korrels zijn dan bij hoge snelheid afgezet. Een fijne sortering wijst juist op een lage snelheid.” Ook de korrelvorm biedt aanwijzingen; hoekig en bobbelig betekent ‘snel afgezet’, rond betekent ‘langzaam’.

Aan het eind van de excursie werd het plaatje steeds meer ingekleurd. De conclusie was dat er in elk geval iets catastrofaals is gebeurd in de Ardennen. „Het Maasdal was ooit twee keer zo lang”, licht Zoutewelle toe. Er zijn hier gedeeltes tegen elkaar aan gebotst en ineen geduwd. Zoutewelle legde uit dat dit komt doordat het Afrikaanse continent tegen het Europese botste. Daardoor is er een ‘kreukelzone’ ontstaan, zoals dat ook bij twee op elkaar botsende auto’s gebeurt. In die kreukelzone zitten de Europese gebergtes. Dat water bij die gebergtevorming een belangrijke rol heeft gespeeld, is overduidelijk. Zoutewelle: „Alle paleozoïsche afzettingen, waaruit ook de aardlagen van de Ardennen bestaan, hebben een marien karakter en zijn dus door water afgezet.”

Wil je meer weten over de creationistische verklaring van de vorming van de Ardennen? In een volgende Weet verschijnt hier een artikel over. Wordt vervolgd.